Onderzoek naar de interactie tussen verzekeringsarts en cliënt tijdens het gesprek voor de beoordeling van de arbeids(on)geschiktheid
PERIODE
Januari 2007 tot januari 2011
FINANCIERING
Stichting Instituut Gak
ONDERZOEKERS
Drs. H.J. van Rijssen 1, 2, 3
Dr. A.J.M. Schellart 1, 2
Dr. J.R. Anema 1, 2, 3
Drs. W.E.L. de Boer 3, 4
Dr. R. Steenbeek 3, 4
Prof. dr. A.J. van der Beek 1, 2, 3
1 Afdeling Sociale Geneeskunde, EMGO-instituut voor onderzoek naar gezondheid en zorg, VU medisch centrum
2 Kenniscentrum Verzekeringsgeneeskunde van AMC, UWV en VUmc (KCVG)
3 Body@Work Onderzoekscentrum bewegen, arbeid en gezondheid
4 TNO Kwaliteit van Leven
DOEL
1. Het eerste doel van dit onderzoek is attitudes en werkstijlen van verzekeringsartsen, en attitudes en copingstijlen van cliënten ten aanzien van interactie/communicatie in kaart te brengen, en de invloed hiervan op de waardering van de interactie tijdens het beoordelingsgesprek en op de acceptatie van het oordeel van de verzekeringsarts door de cliënt te bepalen. Het gaat daarbij om WIA-beoordelingen en WAO-herbeoordelingen door verzekeringsartsen van UWV.
2. Het tweede doel is op basis van deze kennis een specifiek op de interactie gerichte training te ontwikkelen voor verzekeringsartsen teneinde hun eigen gedrag effectief aan te kunnen passen aan dat van de cliënt;
3. Het derde doel is de invloed van dit instrument en deze training te evalueren.
METHODEN
1. Er zijn vier vragenlijsten afgenomen, waarvoor het ASE-model van De Vries de basis vormde. Er is een survey gehouden onder verzekeringsartsen over hun attitudes ten aanzien van de interactie en hun werkstijlen (1). Voorafgaand aan de beoordeling door de verzekeringsarts is tevens een survey onder ‘eigen’ cliënten gehouden over hun attitudes ten aanzien van de interactie in gesprekken en het omgaan met moeilijke situaties, en hun copingstijlen (2). Daarnaast is zowel aan de verzekeringsartsen (3) als aan de desbetreffende cliënten (4) na afloop van het beoordelingsgesprek hun mening gevraagd over het beoordelingsgesprek; met name over het verloop en de waardering van de interactie die plaatsvond.
2. Op basis van de resultaten van uit het survey-onderzoek, een literatuuroverzicht van reviews en focusgroepinterviews onder verzekeringsartsen wordt een training ontwikkeld voor verzekeringsartsen. In deze training wordt de verzekeringsarts geleerd om zijn eigen werkstijl en gedrag te herkennen en zo weinig mogelijk invloed te laten hebben op het resultaat van de beoordeling, en de stijl van optreden van de cliënt snel te doorgronden en daarop eventueel zijn/haar eigen werkstijl aan te passen. Dit gebeurt in overleg met expert op het terrein van de verzekeringsgeneeskunde en op het terrein van de te trainen praktijkmethode.
3. De invloed van de training wordt gemeten via een efficacy Randomized Controlled Trail (RCT). De uitkomstmaten daarbij zijn nog niet vastgesteld.
RESULTATEN
146 verzekeringsartsen van UWV hebben de eerste vragenlijst ingevuld. Van hen hebben 36 verzekeringsartsen ook de tweede vragenlijst ingevuld over meerdere beoordelingsgesprekken, in totaal resulteerde dit in 304 tweede vragenlijsten. De eerste cliëntenvragenlijst is door 63 cliënten ingevuld en 56 van hen vulden ook de tweede in.
Publicaties zijn nog niet beschikbaar.
Jolanda van Rijssen
Voor meer informatie:
e-mail: j.vanrijssen@vumc.nl; tel. 020-444 8415
